Ingrediënten:
3–4 appels (bijv. Goudreinet of Elstar)
2 el suiker
1 tl kaneel
100 ml appelsap of witte wijn
250 g speculaaskoekjes
30 gram geschaafde amandelen
250 g mascarpone
250 g kwark (of crème fraîche)
200 ml slagroom
3 el poedersuiker
1 zakje vanillesuiker
1 tl citroensap
Kaneel en speculaaskruimels om te bestrooien
Bereidingswijze:
Schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd ze in kleine blokjes. Verhit de appelblokjes in een pan met de suiker, kaneel en het appelsap (of witte wijn). Laat 5–10 minuten zachtjes koken totdat de appels zacht zijn maar nog wel hun vorm behouden. Laten afkoelen.
Roer de mascarpone met de kwark (of crème fraîche), poedersuiker, vanillesuiker en citroensap glad. Klop de slagroom stijf en spatel deze voorzichtig door het mascarponemengsel tot een luchtige crème.
Breek de speculaaskoekjes grof, of laat ze heel als je een stevigere structuur wilt.
Leg een laag speculaaskoekjes met amandelschaafsel op de bodem van een ovenschaal of in dessertglazen. Schep er een laag van de appelcompote overheen, gevolgd door een laag mascarponecrème. Herhaal de lagen tot alle ingrediënten op zijn. Zorg dat je eindigt met een laag mascarponecrème. Laat de tiramisu minstens 2–3 uur in de koelkast rusten zodat de smaken goed kunnen intrekken. Bestuif voor het serveren met wat kaneel, speculaaskruimels en amandelschaafsel.
Wijnsuggestie: dat vraagt om een wijn die niet te krachtig is, wat zoetigheid heeft en voldoende zuurgraad om de frisse en fruitige tonen van de appel te complementeren. Bijvoorbeeld een Beerenauslese van Rotgipfler en Zierfandler







